Skip to main content

Dit is een verhaal over poep en over teamwork. Het begint zo:

Lang, heel lang geleden, liep ik tijdens een oefening over een Noorse hoogvlakte. Ver in de diepte glinsterde het donkere water van een fjord. Een uur later zou de bleke zon die het witte landschap nu nog een spookachtige glans gaf ondergaan, mijn schaduw werd langer en langer. Achter me de besneeuwde bergen die we achter ons hadden gelaten. Voor me de gebogen rug van mijn buddy, die door zijn witte camouflagekleding deed denken aan een Michelin mannetje maar dan met een machinegeweer om zijn hals. Het waaide flink, gordijnen van sneeuw veroorzakend. Links zag ik een groepje verzamelde naaldbomen, de takken ervan zuchtend onder het gewicht van verse sneeuw. Michelin man draaide zich om. Achter het koud weer masker zag ik zijn ogen, waarvan de wenkbrauwen door het erop vastgevroren ijs leken op die van de Kerstman.

‘Ik moet poepen,’ gromde hij. ‘Ik ook,’ zei ik.

Nu moet je weten dat poepen in een tactische situatie nogal een uitdaging is. Je moet je genitaliën blootstellen aan temperaturen waarvan die genitaliën helemaal niet blij worden. Waarvan ze zelfs krimpen tot een zorgwekkend formaat. Je moet al je uitrusting afdoen, lagen kleren afpellen en, oh ja, het is de bedoeling dat je het resultaat van deze hele exercitie netjes in een plastic zakje mikt dat vervolgens bovenin je rugzak de rest van de reis zal afleggen. Om geen sporen achter te laten. Ik hoop dat je niet zit te eten terwijl je dit leest.

Maar goed, als je moet dan moet je. Dus hurkten we een paar minuten later ieder met onze rug tegen een boom, ons wapen bij de hand, broek op de enkels. We hadden de bomen zo gekozen dat we elkaar aankeken. Dus: ik zag mijn buddy zijn best doen en hij mij (Noorse noodrantsoenen zijn niet bijster goed voor de stoelgang). Nee, we hadden geen vreemde fetisj. De reden van deze voyeuristische opstelling was dat we er zo voor zorgden dat hij kon kijken wat er achter mij gebeurde en vice versa. Tactisch poepen dus, waarbij we elkaars veiligheid borgden. Het was dezelfde buddy die me er jaren eerder, tijdens onze eindoefening een paar dagen voor we onze rode baret kregen, doorheen had gesleept toen ik (niet voor het eerst) helemaal stuk zat.

Hij zit ook in de WhatsApp-groep van onze eenheid waarin nog steeds, jaren later, dagelijks dingen worden gedeeld (tuurlijk, veel gore grappen). Niet iedereen met wie we toen onze rode baret haalden zit nog in die appgroep. Niet iedereen is er meer.

We leerden op elkaar passen omdat waarvoor we trainden gevaarlijk was. En nog steeds is voor die fantastische mannen en vrouwen die onze vrijheid verdedigen. Als je onder die omstandigheden en tegen die voorwaarden je werk doet, krijg je een andere opvatting van teamwork. Elkaar onvoorwaardelijk steunen en vertrouwen, till death do us part.

Toen ik defensie verliet om ondernemer te worden moest ik enorm wennen. In de zakenwereld leek dit soort kameraadschap er niet te zijn. Ik bleef me maar afvragen waarom niet en overwoog bijna dagelijks om terug te gaan. Ik miste niet zozeer het werk, maar vooral die unieke onderlinge band, dat onbeschrijfbare gevoel van kameraadschap, van het samen werken aan iets dat er echt toe doet.

‘Is het onmogelijk om dat soort kameraadschap in mijn bedrijf te krijgen?’ vroeg ik me af. Ja, dat is onmogelijk. Er was niets dat ik kon doen om de band die je krijgt als het gaat om leven en dood, in een setting waar dat niet zo is, te smeden. Maar dat hoefde ook niet. Want, het ging niet om leven en dood. Wat ik wel kon doen was leren van de elementen die ertoe leiden dat je zo’n soort band krijgt.

Dat begint met de juiste mensen. Bij mijn eenheid hadden we allemaal dezelfde loodzware – vond ik dan, volgens mijn buddy (negentig kilo spieren en mister Miyagi karate skills) viel het wel mee en was ik gewoon een watje – opleiding achter de rug. De groep die de eindstreep haalde was enorm gemêleerd qua opleiding, achtergrond en afkomst. Maar er was een fundament van gedeelde normen en waarden dat ertoe had geleid dat die groep de opleiding had gehaald. We hadden een gemeenschappelijk doel, een gemeenschappelijke droom. Iets wat we met zijn allen wilden bereiken en waarin ieder voor zich een onmisbare rol had.

Die les heb ik geleerd en – met vallen en opstaan – toegepast als ondernemer. De juiste mensen die een gemeenschappelijk doel nastreven. Stel je eens voor dat dat je basis is. De juiste mensen die een gemeenschappelijk doel nastreven. Zou het runnen van je bedrijf leuker en makkelijker worden? Zou je minder het gevoel hebben dat je het als ondernemer allemaal alleen moet doen? Zou je gelukkiger zijn?

Het vinden en behouden van de juiste mensen en het creëren van een gemeenschappelijk doel zijn onderdelen van de Nils Journey, een traject dat we bij Nils organiseren voor ondernemers die hun bedrijf willen laten groeien.

En nee, er zit geen oefening tussen waarbij je tegenover elkaar moet poepen 😊.

Oh ja, nog de beste wensen voor 2022 natuurlijk, dat het een fantastisch jaar voor je moge worden. Wil je een keer praten over jouw bedrijf? Stuur me dan een berichtje.