Persoonlijke ambitie

Oefening: de begrafenis

Terug

Oefening: de begrafenis

Deze oefening dwingt je om na te denken over wat belangrijk is in jouw leven. Nu, en in de toekomst. Deze oefening kan je het beste doen in een rustige omgeving waar je niet wordt gestoord. Begin met het lezen van onderstaande tekst. Aan het einde staat wat je na het lezen ervan moet doen.

Bedankt pap, je was een fantastische vader

Nils zit daar op een stoel, op de achterste rij in de zaal en kijkt hoe de persoon van wie hij zijn hele leven heeft gehouden  – en die hij ook vaak intens heeft gehaat –  dood in een houten kist ligt.

Toen hij die ochtend wegreed van huis wist hij dat het zwaar zou worden. Afscheid nemen heeft hij nooit gekund. Maar als het iemand is die je al je hele leven kent en met wie je zo ontzettend veel hebt meegemaakt dan wordt het verdomme onmogelijk. Hij had overwogen om niet te gaan. Om terug te kruipen in bed, zijn hoofd te begraven in het kussen. Begraven, in zijn kussen. Wrange woordspeling. Er zou inderdaad worden begraven, maar niet in zijn kussen.

Dus staat hij op, kleedt zich aan. Een donker pak. Eten gaat niet. Een korte blik in de spiegel. Dikke rode ogen, blauwe wallen, stoppels. Zijn blonde haren onverzorgd. Het litteken op zijn kin, resultaat van een valpartij als kind, steekt af tegen zijn bleke huid. Het interesseert hem niks, niet vandaag.

Tijdens de rit naar begraafplaats Moskowa voelt hij donkere wolken in zijn hoofd, maar als hij de begraafplaats oprijdt schijnt de zon in volle glorie. Zelfs God heeft schijt aan zijn verdriet. Hij parkeert. Wacht met zijn hand nog aan de contactsleutel. Kijkt naar de andere bezoekers. Verzamelt moed.
Hij ergert zich aan zorgeloos lachende kinderen op wie hij tegelijkertijd jaloers is. Hij ziet bekenden maar wil met niemand praten. Ja, er is iemand met wie hij wel wil praten, aan wie hij van alles wil vragen, maar dat gaat niet meer. Die persoon is dood.

Pas als het rustiger wordt op de parkeerplaats haalt hij diep adem, gaat met zijn mouw langs zijn wang en stapt uit. Hij hoort krekels, wind die bladeren doet bewegen, een kerkklok in de verte. Binnen de gedempte stemmen die schijnen te horen bij dit soort gelegenheden. Hem maakt het gek.
Willen jullie dan niet schreeuwen?
Hij ziet familie, vrienden, collega’s. Ze lijken hem niet op te merken, laten hem met rust. Alsof ze weten dat het verdriet voor hem het allergrootst is. Alsof ze snappen dat geen enkel woord hem nu kan troosten.

Hij negeert ze, wil alleen zijn. Een vriendelijke medewerker wijst mensen de ingang. Hij wil de man het liefst op zijn bek slaan, in zijn nette pak, met zijn verschrikkelijke glimlach op zijn gezicht, terwijl hij Nils niet eens recht aan durft te kijken. De woede trekt weer weg en maakt plaats voor leegte als hij alleen gaat zitten op een stoel, op de achterste rij, terwijl hij toekijkt hoe die persoon van wie hij zijn hele leven heeft gehouden, maar die hij ook intens heeft gehaat nu dood in een houten kist ligt.

Hij slikt een traan weg. Niet huilen nu. Hij heeft nooit mooi kunnen huilen. Voor hem geen eenzame traan uit een ooghoek, langzaam afdalend over een wang. Als hij moet huilen komt het van diep en is het onstuimig.
Om zijn gedachten te verzetten pakt hij het programma dat voor hem ligt. Terwijl hij leest komt uit onzichtbare boxen een favoriet nummer van de man die nu in een kist ligt. Hij prevelt de woorden mee, kent ze uit zijn hoofd. Het nummer is ook een van zijn favorieten.

I’m falling
In all the good times I find myself
Longin’ for change
And in the bad times I fear myself

Veel muziek, leest hij. Vier mensen gaan iets zeggen. Mogen hun herinneringen over de overledene delen.

Zijn dochter. Zijn beste vriend. Een collega. Zijn vrouw.

Hij wil in de kist kijken. Heeft het nodig, de drang is er ineens, hij begrijpt niet waarom maar kan het niet tegenhouden. Hij weet dat de kist open is, want hij heeft gezien hoe een aantal mensen er een blik in wierp als ze er langs liepen, onderweg naar hun plekje. Niemand lijkt op hem te letten als hij stapje voor stapje richting de kist loopt, door het middenpad. De laatste stappen zet hij met zijn ogen dicht. Als zijn handen het koele hout van de kist raken doet hij ze weer open.

Daar ligt hij. In een donker pak. Met gesloten ogen, blauwe wallen eronder, stoppels over zijn kin. De donkere haren onverzorgd. Het litteken op de kin van de dode man, resultaat van een valpartij als kind, steekt af tegen zijn bleke huid. De man die in de kist ligt is hijzelf.

Als hij terug gaat naar zijn plaats is het alsof hij zweeft. Hij is getuige van zijn eigen uitvaart en gaat zo horen wat zijn dochter over hem zal zeggen. Wat zijn beste vriend zal zeggen. Wat een collega gaat vertellen. En wat zijn vrouw gaat vertellen.

Opdracht

Je hebt gelezen hoe Nils zijn eigen begrafenis bezoekt. Op die begrafenis spreken verschillende mensen. Zijn dochter, Bente. Zijn beste vriend Peter. Een collega, Ingrid Faber. En zijn vrouw Kim. Wat zullen ze over hem zeggen? Was hij een goede vader? Een goede vriend? Een goede collega? Een goede echtgenoot?

Zoek een rustige plek waar niemand je kan storen. Sluit je ogen en stel je voor dat het niet Nils is die naar zijn eigen begrafenis gaat, maar dat jij het bent. Jij gaat naar jouw begrafenis, vijf jaar van nu. Probeer het zo gedetailleerd mogelijk te visualiseren. En stel jezelf dan de volgende vragen:

  • Wie denk je dat er op jouw begrafenis zullen spreken?
  • Wie zou je willen dat er op jouw begrafenis spreken?
  • Wat denk je dat ze over je zullen zeggen, vijf jaar van nu, als je blijft doen wat je doet?

Probeer vervolgens je gedachten op papier te zetten. Ben je de mens die je wil zijn? Of besteed je teveel tijd aan zaken die er niet toe doen? Wat gaan de mensen die jij hebt opgeschreven zeggen? En is dat wat je wilt dat ze zeggen?
Hij (of zij) was een ouder die er altijd voor me was. Hij was een vriend waarop ik kon rekenen. Een collega die ik vertrouwde. Een partner die mijn leven verrijkte. 

Of is het anders.

Hij was vaak afwezig … Als vriend kon ik niet bij hem terecht, hij was altijd druk … Werken met hem was een eeuwige strijd … Ik voelde me eenzaam in ons huwelijk …

Begin with the end in mind
Dat is een beroemde uitspraak van Stephen Covey. Beginnen met het einde in gedachten. Nu nadenken, met je toekomst in gedachten. De strategie voor je bedrijf moet in lijn zijn met wie jij wil zijn als mens. Dat is waar deze oefening om draait. Inzicht krijgen. De resultaten van deze oefening kan je gebruiken in de template voor een strategie die je hier kan downloaden. Of je er een, drie of tien regels aan besteed is helemaal aan jou.

Meer hierover

Ons verhaal over de begrafenis is een bewerking van het originele verhaal en dat komt van Stephen R. Covey. Hij heeft het er uitgebreid over in zijn fantastische boek The 7 habits of highly effective people, een absolute aanrader. Hij heeft er ook een mooie video over gemaakt: